6 min read

Robotiseren kun je leren; het onderwijs in 2030

Robotiseren kun je leren; het onderwijs in 2030

Waar is die docent nou mee bezig? Het had een vraag kunnen zijn van een boze ouder, die vindt dat zijn kind echt wel een niveautje hoger kan. Toch vragen docenten zich dat zelf ook steeds vaker af, waar ze mee bezig zijn dan. Want leraren komen om in administratie. Kijken toetsen na. En zijn ondertussen ook bezig om die ene leerling extra aandacht te geven. Blijft er nog wel tijd over om les te geven? En waar vind je überhaupt nog docenten? Het lerarentekort lijkt ondertussen een structureel probleem geworden. Het roer moet dus om, maar hoe gaan we dat doen? Dit leggen we voor aan Hugo Schraders, senior consultant digital transformation bij Coforce.

 

Webinar

Van personeelstekort op met een digitale workforce 

Bekijk webinar 

 

Webinar

 

 

Waar is een docent nou mee bezig?

Als docent ben je ooit begonnen met het idee dat je leerlingen iets wil bijbrengen. Je wilt ze inspireren en voorbereiden op de toekomst. Toch staan docenten steeds minder voor de klas. Het takenpakket is de laatste jaren enorm uitgebreid. Docenten moeten steeds meer verantwoorden over de kwaliteit, inhoud en vorm van het onderwijs. 

Hugo: “Logisch, aangezien we leven in een controlemaatschappij. Dit brengt veel administratieve last met zich mee. Hierdoor is er minder tijd voor zaken die de kwaliteit van het onderwijs verhogen.” Als we kijken naar hoe docenten hun tijd besteden zie je dit ook terug in de cijfers.

Tijdbesteding docenten

Docenten PO 

Docenten op het primair onderwijs zijn gemiddeld 18 uur van hun werkweek bezig met het lesgeven. Dat is dus nog niet eens de helft van hun tijd.

Tijdsbesteding docenten primair onderwijs

Docenten VO

Docenten op het voortgezet onderwijs zijn bijna net zoveel tijd kwijt met het voorbereiden en nakijken van werk, als met lesgeven.

Tijdsbesteding docenten voortgezet onderwijs

 

Werkdruk onderwijs

Iets wat de kwaliteit van het onderwijs ook niet verhoogd, is de werkdruk die docenten ervaren. Als we naar de grafieken kijken zien we dat docenten, structureel overwerken. Omgerekend naar fulltimebanen draaien leraren in het primair onderwijs een werkweek van 46,9 uur. Leraren in het voortgezet onderwijs komen aan 45,2 uur. Daarom is het niet verassend dat het percentage burn-outklachten bij docenten met 27.4% flink boven het landelijk gemiddelde van 17% ligt.

Ontwikkeling Burnout-klachten onderwijs

 

 

Webinar

Van personeelstekort op met een digitale workforce 

Ontdek hoe je hoge administratieve werkdruk en personeelstekort kunt opvangen

Bekijk webinar 

 

Webinar

 

 

Personeelstekort onderwijs

Werknemers zijn schaars. En goede werknemers nog schaarser. Voor het onderwijs is deze ontwikkeling niet nieuw. Er is al jaren een structureel tekort aan docenten. Niks nieuws onder de zon dus, maar dat maakt het probleem niet minder urgent. Sterker nog, het vergroot de problemen. Het werk van een docent wordt er niet leuker op. En het tekort wordt met de dag groter.

Leraren tekort PO

Kijkend naar de onderstaande grafiek zien we dat er in 2030 een tekort van 5309 fte zal zijn.

Lerarentekort primair onderwijs 2030

 

Leraren tekort MBO 

Als we kijken naar het aantal verwachte benodigde leraren in het MBO zien we iets verrassends: daar stijgt de lijn niet, maar neemt deze af. Goed nieuws dus, zou je denken. Maar als je iets verder kijkt zie je dat er nog steeds een flink tekort is aan docenten. Te vroeg gejuicht dus.

Lerarentekort MBO 2030

 

Lerarentekort een gebrek aan innovatie

Dat we een probleem hebben is duidelijk. Maar hoe gaan we dat nou oplossen? Het kabinet wil zorgen voor meer instroom van leraren. Dit lijkt te lukken, in 2020 met een stijging van 33,5% ten opzichte van 2019. Maar dit alleen is niet voldoende. Daarom ligt er ook een focus op het behouden van docenten, door de salarissen in het primair onderwijs te verhogen. Hiermee vervalt het verschil met de salarissen in het voortgezet onderwijs. Toch zijn dit veelal oplossingen die niet nieuw zijn. En kun je moeilik innovatief noemen.  Extra docenten  en de roep om meer geld is bijna zooud als de weg naar Rome. Waarom zou dit dan nu ineens wel de problemen gaan oplossen?

“The definition of insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results.”

Digitalisering onderwijs de oplossing?

Het kabinet neemt ook maatregelen om het onderwijs anders te organiseren. Met het idee dat scholen van de toekomst op een andere manier lesgeven. Door meer gebruik te gaan maken van vakleerkrachten en ondersteunend personeel. Of door meer digitale middelen te gebruiken. Kijkend naar de verwachte tekorten is het moeilijk voor te stellen dat er genoeg onderwijsassistenten zijn te vinden om docenten te gaan ontlasten. Blijven de digitale middelen over. Is dat dan de toekomst? En wat betekent dat voor de docent van de toekomst?

Docent van de toekomst

Om bij de docent van de toekomst uit te komen, moeten we eerst een stap terug, want hoe moet het onderwijs van 2030 er uit zien? Hugo: “De docent van de toekomst past in het beeld van de medewerker van de toekomst. Dat is een docent die kennis heeft of weet waar die kennis te vinden is en dit ook kan overbrengen.

Digitalisering onderwijs vraagt om andere benadering

” Het is helder dat er anders moet worden lesgegeven dan hoe we dat nu doen. Want in 2030 moeten studenten behalve de kernvaardigheden, ook leren samenwerken met artificial intelligence (AI) en robotic process automation (RPA). “De richting waar we nu opgaan vraagt om een andere benadering. Waarschijnlijk is het nog steeds een ‘ouderwetse’ docent van vlees en bloed, alleen wel eentje die zoveel mogelijk gebruikt maakt van digitale hulpmiddelen en/of assistenten om zijn taak zo goed mogelijk te vervullen.”

Robotisering onderwijs zorgt voor meer tijd voor lesgeven

Kinderen zullen dus niet les krijgen van een robot, maar wel van een docent die kan omgaan met AI en software robots. Klinkt interessant, maar wat levert dat op? Tijd. Misschien het kostbaarste wat we hebben. Veel tijd van docenten gaat nu op aan ‘randzaken’. Waardoor de kennis van een docent niet optimaal benut wordt. Hugo: “Hoe meer taken, die wel moeten gebeuren, uitbesteed kunnen worden aan digitale assistenten, des te meer tijd er overblijft. Dat moet voor veel docenten als muziek in de oren klinken. Niet meer bezig zijn met eindeloze administratieve klussen, stapels met nakijkwerk, maar volop focussen op het ontwikkelen van je studenten.

80% van de tijd voor de klas staan

“Ik hoop dat de docent van de toekomst 80% van zijn tijd bezig is met lesgeven en 20% overige zaken. Dat is ook het streven wat ze bij de Ivy League universiteiten aanhouden. Het zou mooi zijn als we In 2030 van 33% ‘leveren van toegevoegde waarde’ naar 70% gaan. Als dat lukt dan hebben we enorm veel gewonnen. “

Doen waar je goed in bent

Door tijd vrijspelen bij docenten hebben zij meer tijd om in gesprek te gaan met leerlingen en hun de volle aandacht geven. Doordat zij zich niet meer druk hoeven te maken of hun administratie wel op orde is. Want dat is al door hun digitale onderwijsassistent gedaan. Bijkomend voordeel is dat de werkzaamheden, die worden uitbesteed aan een software robot, goed worden uitgevoerd. “Er wordt hierdoor een flinke last weggenomen. Doordat de docent minder werk hoeft te doen, gaat de werkdruk ook omlaag. De robot neemt het minder leuke werk op zich en jij kunt iets anders gaan doen. Hoe fijn is dat?”  

Iedere leerling is uniek en heeft zijn eigen uitdagingen en verdient daarom ook een docent die hierop inspeelt. Toch is dit nu nog lang niet altijd mogelijk. Dit geldt net zo goed voor docenten, ook zij zijn uniek. Door werkzaamheden te robotiseren ontstaat er ruimte om te kijken waar een docent nu echt goed in is. “Ik had docenten die fantastisch les kunnen geven en inspirerend kunnen vertellen, maar ook docenten die daar wat minder talent voor hadden, maar waar ik inhoudelijk meer aan had dan de docent die fantastisch kon oreren. In plaats van vast te houden aan het idee dat iedere docent hetzelfde moet kunnen, komt er ruimte om ieders talenten te benutten om zoveel mogelijk toegevoegde waarde te leveren aan studenten.” 

Er zal dus een moment komen dat er docenten zijn die alleen nog maar bezig zijn met het begeleiden van groepjes of individuele studenten. Niet omdat ze niet goed kunnen lesgeven, maar omdat dit de meeste waarde biedt voor de leerling. En de docent die fantastisch kan vertellen, kan zijn verhaal nog beter maken. 

Let's go digital

Lets’ go digital dus, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Als we kijken naar waar we nu staan in het robotiseringproces, bevinden we ons volgens Hugo in een overgangsfase. “Als je ziet waar Amerikaanse universiteiten nu zijn, dan lopen we in Nederland achter. Daar werken ze al met AI en software robots. Met maar één doel om zoveel mogelijk kennis en toegevoegde waarde te kunnen geven aan hun leerling.” Schoolbesturen staan volgens Hugo voor een grote uitdaging om dat toekomstbeeld te gaan halen in 2030. “Veel scholen weten nog niet hoe ze er moeten komen. Het ontbreekt vaak aan een plan, wat als consequentie kan hebben dat je achteropraakt.”  

Ook verschilt de financiële situatie per school. Sommigen scholen hebben meer budget om te gaan digitaliseren. “Om te voorkomen dat scholen met minder budget achteropraken, moeten ze voor relatief weinig geld gerichte investeringen doen.” Dat heeft als gevolg dat dit nu bij docenten wordt neergelegd, terwijl er geen geld en geen tijd is. “Soms zijn het docenten die mij benaderen om meer te weten te komen over RPA. Maar dat moet je helemaal niet bij een docent neerleggen. Laat die docent doceren en kijk vanuit een grotere visie en een gericht plan voor de toekomst naar investeringen om administratieve lasten te verlichten met RPA.

“Als je die trein eenmaal gaande hebt dan kom je er wel”  

Digitalisering onderwijs begint met een plan

Het begint dus met een plan, een visie, maar hoe kom je daaraan als je die kennis zelf niet in huis hebt? Of beter gezegd, wie leert het onderwijs robotiseren? “Je zult als school op zoek moeten gaan naar partijen die kennis hebben op het gebied van digitalisering. Waarmee je samen gaat kijken welke onderdelen je wilt gaan robotiseren en waar je als onderwijsinstelling wilt staan in 2030. Alleen moet je voorkomen dat je niet doorslaat in het ontwikkelen van je visie. Want je zult toch een keer moeten gaan beginnen. Kies een proces wat je wilt digitaliseren en ga van start! Dat gaat soms met vallen en opstaan, maar je bent in ieder geval gestart. Tijdens dit proces kun je jouw visie verder uitwerken of bijstellen. Probeer te onthouden dat het digitaliseren van het onderwijs een marathon is en geen sprint. De visie die je gemaakt hebt met potlood, kun je dan uitgummen en daarna met stift invullen. En als je die trein eenmaal gaande hebt dan kom je er wel, misschien wat later, maar je komt er wel.” 

 

Webinar

Van personeelstekort op met een digitale workforce 

Bekijk webinar 

 

Webinar

 

 

coforce-infographic-lerarentekort